naar startpagina
"Het schrift vormt enkel de partituur van de aria die de lezer moet zingen." Francisco Umbral
“Men schrijft op louter het puntje van het weten, op het uiterste puntje dat ons weten scheidt van het niet-weten, en dat het een doet overgaan in het ander.” Gilles Deleuze
“Lezen lijkt soms een exercitie om oprechtheid, moraal en waardigheid hoog te houden, juist op grond van het besef dat overal ter wereld voor deze begrippen elke grondslag onverbiddelijk ontbreekt.” Anneke Brassinga
“Het lezen geeft ons toversleutels om diep in ons de deur te openen van vertrekken waar we zelf niet hadden kunnen komen” Marcel Proust
"Voordat ik de krant van vandaag inkijk, moet ik eerst nog even het Oude Testament lezen, het Symposium van Plato, de Odysseia van Homerus, de Metamorfosen van Ovidius en de Koran." Leonard Nolens
e-wolf  
... m n o p q ... / met tek. van Jan Jutte
door Chris Bulcaen
Het was waarschijnlijk onvermijdelijk dat Toon Tellegen, een schrijver die graag varieert rond een bepaald thema, zijn opdracht voor Antwerpen Wereldboekenstad 2004 om teksten te schrijven rond de letter C zou uitbreiden naar het hele alfabet. In de meeste van de gedichten uit "...m n o p q..." treft hij een letter toevallig aan ("ik zag een v") of wordt er hem een opgedrongen ("iemand duwde een d in mijn handen"), en begint hij te associëren. Woorden die spontaan opkomen en in een duidelijke richting gaan ("de p van potsierlijk", "de s van schande"), of net verschillende richtingen ("de l van liefde en laatdunkendheid"), die Tellegen verder ontwikkelt of countert in het gedicht. Het zijn vaak voor de hand liggende associaties en gedachten. " [M]ijn n, mijn ongehoorde, ongekende", en Tellegen dicht verder over (on)begrijpelijkheid. De q van quasi, waarop de dichter zich voorneemt nu eens echt te gaan leven). De v van vrede: "ik geloof je niet" zegt de sombere dichter, "en hoog in de lucht zag ik de v van vergeefs/en hoe nu verder". Tellegen komt ook op meer ongewone associaties. Bij zijn dood vraagt de dichter "nog één keer om een g / de g van goedmoedig en gaarne", om vast te stellen dat hij haar toch niet vertrouwt, te grof, "ze is vast de g van god / of iets gewoons misschien". Toch troost ze hem, "met volmaakte onverschilligheid". De d roept een heel arsenaal op, van eerst "dubbelzinnig, dadelijk, dodemans" tot "mijn kleine doerak, mijn derwisj, mijn dolle duivel", die de dichter koestert, opvoedt en vervolgens loslaat. De a, "van alles en anders", "van alsnog en alsmaar", confronteert de dichter met alle wereldse zaken van (on)recht. Hij gooit de letter maar uit het raam, "en iedereen trapte op hem".
De letters worden verzelfstandigd, het zijn levende entiteiten, voor de schrijver onvermijdelijk zowel levensnoodzakelijk als weerbarstig. Maar Tellegen trekt dat thema ook op naar de mens in het algemeen: "wie een e vergeet / vergeet zijn leven" (en dat is net wat de ik-figuur in het e-gedicht even wou doen). Het wordt wel eens te goedkoop filosoferig, zoals bij de vadsige f die fatsoen en onfeilbaarheid uitstraalt, waartegen de dichter protesteert: "ik ben een mens, / ik faal / en geen kracht ter wereld / die mij dát zal kunnen ontzeggen". Doorheen de bundel voel je een verlangen naar rust, naar afwezigheid van het volle leven met al zijn dilemma's, om aandacht schreeuwende zaken, twijfels. Ook een afwezigheid van de letters verlangt de dichter wel eens, want al te vaak geven ze te kennen dat ze het leven en de dingen precies kunnen omschrijven ("en daar de r van ronduit en rigide..."), en dat kan hij niet velen. De dichter weet dat hij moedeloos overkomt, en maakt er in het gedicht over de l een grapje over. Wanneer hij gaat zweven, ziet iemand hem, "en dacht aan de l van loszinnig en lichtlippig, en zei: wat is het nú ontzettend langgeleden". Op het eind is de dichter moe, "ik kan geen letter meer zien", en wil hij alleen nog maar slapen "in warm en ongeletterd gras". Maar "een zuivere, een zinderende, een letterlijke zoen" steekt zijn enthousiasme weer aan: "waar is de a?" (slotregel). Misschien een te expliciet en wat melodramatisch z-gedicht, maar die "letterlijke" is een goeie vondst als woordspeling, associatie ('lekker') en opnieuw een verwijzing naar de realiteit van de letters voor de schrijver, zijn weerbarstige materiaal dat het hem moeilijk maakt maar ook weer telkens leven geeft.
De gedichten worden telkens vergezeld door een tekening van Jan Jutte, die vroeger al kinderboeken van Tellegen illustreerde. In een hoekige, van kleurbanden voorziene stijl -- die doet denken aan de strips van Hanco Kolk -- beeldt Jutte de tekst getrouw uit, soms te gemakkelijk, maar meestal intrigerend. De twijfelende, sombere, wat moeë houding van de ik-figuur in deze gedichten geeft hij perfect weer.

Toon Tellegen, Jan Jutte: ... m n o p q ..., Querido Amsterdam, 2005, 55 p. : ill., € 17,5
ISBN 90-214-8474-9. Distributie: WPG Uitgevers
U kunt de volledige tekst lezen in
print  deze pagina printen of opslaan   print  stuur deze pagina door
nog over dit onderwerp
TOON TELLEGEN
andere onderwerpen
© 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb